Persverklaring : Ontwikkelingsbanken hebben geen zaken in het financierenvan agro-industrie

Persverklaring : Ontwikkelingsbanken hebben geen zaken in het financierenvan agro-industrie

Meer dan 450 Publieke Ontwikkelingsbanken (POB’s) van over heel de wereld komenvan 19 tot 20 Oktober 2021 samen in Rome voor een tweede internationale top, genaamd Finance in Common.

Tijdens de eerste top in Parijs in 2020, publiceerden meer dan 80 maatschappelijke organisaties een gezamenlijke verklaring, waarin ze eisten dat de POB’s stoppen met investeringen in agro-industriële ondernemingen en projecten die land en natuurlijke hulpbronnen wegnemen van lokale gemeenschappen. Dit jaarmaakten POB’s van landbouw en agro-industrie, echter, de prioriteit van hun tweede top. Dit baart de ondertekenende groepen grote zorgen gezien de lange lijst van investeringen door POB’s in landbouw gunstig voor de private belangen van agro-industriële bedrijven, maar ten koste van boerinnen en boerenen, herders, vissers, voedselwerkers en Inheemse Gemeenschappen. De investeringen ondermijnen hun voedselsoevereiniteit, ecosystemen en mensenrechten.

Onze zorgen

BOB’s zijn openbare instellingen die door nationale regeringen of multilaterale agentschappen zijn opgericht om overheidsprogramma’s en privébedrijven te financieren waarvan wordt gezegd dat de activiteiten bijdragen tot de verbetering van de levensomstandigheden op de plaatsen waar zij actief zijn, met name in het globale zuiden. Veel multilaterale ontwikkelingsbanken, een belangrijke subgroep van de PDB’s, verstrekken daarnaast ook technisch en beleidsadvies aan regeringen, waarmee ze een aanpassing van hun wetten en beleid beogen om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Als publieke instellingen zijn POB’s verplicht tot het respecteren, beschermen en realiseren van mensenrechten en zouden ze publieke verantwoording moeten afleggen voor hun acties. Vandaag spenderen ontwikkelingsbanken gezamenlijk meer dan 2 triljoen USD per jaar aan het financieren van publieke en private bedrijven voor de bouw van onder meer wegen, energiecentrales, industriële landbouwondernemingen, en plantages in de naam van ‘ontwikkeling’.Naar schatting gaat er 1.4 triljoen USD alleen naar de landbouw- en voedselsector. Hun financiering van privébedrijven, via schulden of de aankoop van aandelen, wordt geacht winst op te leveren, maar veel van hun uitgaven worden gesteund en gefinancierd door het publiek – door mensen hun arbeid en belastingen .

Het aantal POB’s en de financiering die zij ontvangen, neemt toe. Ook het bereik van deze banken neemt toe, aangezien zij steeds vaker overheidsmiddelen kanaliseren via private equity, "green finance" en andere financiële regelingen om de beoogde oplossingen te leveren, in plaats van de meer traditionele steun aan overheidsprogramma’s of non-profitprojecten. Geld van een ontwikkelingsbank biedt een soort garantie voor bedrijven die uitbreiden naar zogenaamde risicolanden of -industrieën. Dankzij deze garanties kunnen bedrijven meer middelen aantrekken bij particuliere kredietverstrekkers of andere ontwikkelingsbanken, vaak tegen gunstige tarieven. Ontwikkelingsbanken spelen dus een cruciale rol bij het mogelijk maken van verdere expansie van multinationale ondernemingen op markten en in gebieden over de hele wereld - van goudmijnen in Armenië tot controversiële hydro-elektrische dammen in Colombia en rampzalige aardgasprojecten in Mozambique - op manieren die normaal niet mogelijk zouden zijn.

Daarnaast geven veel multilaterale ontwikkelingsbanken expliciet vorm aan nationale wetgeving en beleid via hun technisch advies aan regeringen en ranglijstsystemen, zoals de Enabling the Business of Agriculture van de Wereldbank. Het beleid dat zij in belangrijke sectoren ondersteunen – zoals gezondheidszorg, water, onderwijs, energie, voedselzekerheid en landbouw – heeft de neiging om de rol van grote ondernemingen en elites te bevorderen. En wanneer getroffen lokale gemeenschappen protesteren, waaronder ook de Inheemse Bevolking en kleine boer.inn.en, wordt er vaak niet naar hen geluisterd of worden zij geconfronteerd met represailles. In India bijvoorbeeld adviseerde de Wereldbank de regering om hde landbouwmarkt te dereguleren. Toen de regering dit advies uitvoerde zonder overleg met boeren en hun organisaties, leidde dat tot massale protesten.

Openbare ontwikkelingsbanken beweren dat zij alleen investeren in "duurzame" en "verantwoordelijke" bedrijven en dat hun betrokkenheid het gedrag van bedrijven verbetert. Maar deze banken hebben een ernstige geschiedenis van investeringen in bedrijven die betrokken zijn bij landroof, corruptie, geweld, milieuvernietiging en andere zware schendingen van mensenrechten, waarvoor zij geen enkele betekenisvolle verantwoording hebben moeten afleggen. De toenemende afhankelijkheid van ontwikkelingsbanken van offshore private equity-fondsen en complexe investeringswebben, met inbegrip van zogenaamde financiële tussenpersonen om hun investeringen te kanaliseren, maakt het nog moeilijker om verantwoording af te dwingen. Dit stelt een kleine en machtige financiële elite in staat om de vruchten ervan te plukken.

Het is alarmerend dat Publieke Ontwikkelingsbanken nu een meer gecoördineerde en centrale rol op zich nemen als het gaat om voedsel en landbouw. Zij maken deel uit van de mondiale financiële architectuur die onteigening en ecologische vernietiging in de hand werkt en die voor een groot deel wordt veroorzaakt door de agro-industrie. In de loop der jaren zijn hun investeringen in de landbouw bijna uitsluitend gegaan naar bedrijven die zich bezighouden met monocultuurplantages, contractteeltregelingen, industriële veeteelt, de verkoop van hybride en genetisch gemodificeerde zaden en pesticiden, en digitale landbouwplatforms die worden gedomineerd door Big Tech. Zij hebben geen enkele belangstelling getoond voor of vermogen tot investeren in de boeren-, vissers- en bosgemeenschappen die momenteel het merendeel van ’s werelds voedsel produceren. In plaats daarvan financieren ze bedrijven die zich schuldig maken aan landroof en agro-industrieën en vernietigen ze lokale voedselsystemen.

Pijnlijke voorbeelden

Belangrijke voorbeelden van investeringen door Publieke Ontwikkelingsbanken :

  • De Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling en de Europese Investeringsbank hebben royale financieringen verstrekt aan de agro-industriële bedrijven van enkele van de rijkste oligarchen van Oekraïne, die honderdduizenden hectaren land in handen hebben.
  • Het Luxemburgse SOCFIN en het Belgische SIAT, de twee grootste eigenaars van oliepalm- en rubberplantages in Afrika, hebben talrijke leningen gekregen van ontwikkelingsbanken, ondanks het feit dat hun dochterondernemingen betrokken zijn bij landroof, corruptieschandalen en schendingen van de mensenrechten.
  • Meerdere ontwikkelingsbanken (waaronder Swedfund, BIO, FMO en DEG) hebben de mislukte suikerrietplantage van Addax Bioenergy in Sierra Leone gefinancierd, dat na het vertrek van het bedrijf een spoor van verwoesting heeft achtergelaten voor de plaatselijke gemeenschappen.
  • De Britse CDC Group en andere Europese ontwikkelingsbanken (waaronder BIO, DEG, FMO en Proparco) hebben meer dan 150 miljoen dollar gepompt in de palmolieplantages van het nu failliete Feronia Inc in de DR Congo, ondanks langdurige conflicten met de plaatselijke gemeenschappen over land- en arbeidsomstandigheden, beschuldigingen van corruptie en ernstige schendingen van de mensenrechten van dorpsbewoners.
  • Het Gemeenschappelijk Grondstoffenfonds van de Verenigde Naties heeft geïnvesteerd in Agilis Partners, een Amerikaanse onderneming, die betrokken is bij de gewelddadige uitzetting van duizenden dorpelingen in Oeganda voor een grootschalige graanboerderij.
  • Norfund en Finnfund zijn eigenaar van Green Resources, een Noors bosbouwbedrijf dat in Oeganda dennenbomen plant op land dat is afgenomen van duizenden plaatselijke boer.inn.en, met verwoestende gevolgen voor hun levensonderhoud.
  • De Japanse Bank voor Internationale Samenwerking en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank hebben geïnvesteerd in een spoorweg - en haveninfrastructuurproject dat het Japanse Mitsui en het Braziliaanse Vale in staat moet stellen steenkool te exporteren uit hun mijnen in Noord-Mozambique. Het project, dat verband houdt met het controversiële agro-industrieproject ProSavana, heeft geleid tot landroof, gedwongen verhuizingen, dodelijke ongevallen en de detentie en foltering van tegenstanders van het project.
  • De Chinese Ontwikkelingsbank heeft de ecologisch en sociaal rampzalige Gibe III-dam in Ethiopië gefinancierd. Deze dam, ontworpen voor de opwekking van elektriciteit en de irrigatie van grootschalige suiker-, katoen- en palmolieplantages (zoals het reusachtige Kuraz Sugar Development Project) heeft de rivierstroom afgesneden waarvan de Inheemse Bevolking van de Beneden-Omovallei afhankelijk was voor de natuurlijke irrigatie van hun landbouw.
  • In Nicaragua financierden FMO en Finnfund MLR Forestal, een bedrijf dat cacao- en teakplantages beheert en dat wordt gecontroleerd door goudmijnbelangen die verantwoordelijk zijn voor de ontheemding van Afro- en inheemse gemeenschappen en de aantasting van het milieu.
  • De Internationale Financieringsmaatschappij en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank Invest hebben onlangs leningen aan Pronaca goedgekeurd, het vierde grootste bedrijf van Ecuador, voor de uitbreiding van de intensieve productie van varkens en pluimvee, ondanks het verzet van internationale en Ecuadoriaanse groeperingen, waaronder plaatselijke Inheemse gemeenschappen, wier water en land door de expansieve activiteiten van het bedrijf zijn vervuild.
  • De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank Invest overweegt een nieuwe lening van 43 miljoen dollar aan Marfrig Global Foods, ’s werelds op één na grootste rundvleesbedrijf, onder het mom van de bevordering van "duurzaam rundvlees". Talrijke rapporten hebben aangetoond dat de toeleveringsketen van Marfrig rechtstreeks verband houdt met illegale ontbossing in het Amazonegebied en de Cerrado en met schendingen van de mensenrechten. Het bedrijf is ook beschuldigd van corruptie. Een wereldwijde campagne roept de POB’s nu op om onmiddellijk afstand te doen van alle industriële veeteeltactiviteiten.

We hebben betere mechanismen nodig om voedselsoevereiniteit op te bouwen

Regeringen en multilaterale agentschappen beginnen eindelijk te erkennen dat het huidige mondiale voedselsysteem er niet in is geslaagd honger aan te pakken en een belangrijke drijfveer is van meerdere crises, van pandemieën tot de ineenstorting van de biodiversiteit en de klimaatcrisis. Maar ze doen niets om de bedrijven die het industriële voedselsysteem en zijn model van productie, handel en consumptie domineren, aan te pakken. Integendeel, zij dringen aan op meer bedrijfsinvesteringen, meer publiek-private partnerschappen en meer aalmoezen voor de agro-industrie.

De jaarlijkse top van ontwikkelingsbanken treedt dit jaar met opzet in de voetsporen van de UN Food Systems Summit. Deze top werd aangekondigd als een mondiaal forum om oplossingen te vinden voor de problemen die het mondiale voedselsysteem teisteren, maar werd gekaapt door de belangen van de private sector en werd weinig meer dan een ruimte voor greenwashing door het bedrijfsleven en het in de kijker zetten van de industriële landbouw. Er werd tegen het evenement geprotesteerd en sociale bewegingen en het maatschappelijk middenveld riepen op tot een boycot. Ze organiseerden de Global People’s Summit en de Autonomous People’s Response to the UN Food Systems Summit. Ook academici van over de hele wereld spraken zich uit tegen de top.

De "Finance in Common" top, met een nadruk op landbouw en agro-industrie, zal hetzelfde scenario volgen. Financiers die toezicht houden op onze publieke fondsen en mandaten zullen samenkomen met elites en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven om strategieën uit te stippelen over hoe het geld kan blijven stromen naar een voedsel- en landbouwmodel dat leidt tot klimaatvernieling, toenemende armoede en verergering van alle vormen van ondervoeding. Weinig of geen vertegenwoordigers van de gemeenschappen die worden getroffen door de investeringen van de ontwikkelingsbanken, mensen die in de frontlinie staan en voedsel proberen te produceren voor hun gemeenschappen, worden uitgenodigd of gehoord. POB’s zijn niet geïnteresseerd. Zij proberen agro-industrieën te financieren die goederen produceren voor de handel en financiële plannen met oog op winst, in plaats van voedzame voeding.

Vorig jaar heeft een grote coalitie van maatschappelijke organisaties zich enorm ingespannen om de ontwikkelingsbanken zover te krijgen zich in te zetten voor een aanpak gebaseerd op de mensrechten en ontwikkeling geleid door de gemeenschap. Het resultaat was slechts wat beperkte taal in de slotverklaring, die niet in daden is omgezet.

Wij willen niet dat nog meer van ons overheidsgeld, overheidsmandaten en overheidsmiddelen worden verspild aan agro-industriële bedrijven die land, natuurlijke hulpbronnen en bestaansmiddelen weghalen bij de plaatselijke gemeenschappen.

Wij roepen op tot een onmiddellijke stopzetting van de financiering van agro-industriële bedrijfsactiviteiten en speculatieve investeringen door openbare ontwikkelingsbanken.

Wij roepen op tot de invoering van volledig openbare en verantwoordelijke financieringsmechanismen ter ondersteuning van de inspanningen van volkeren om voedselsoevereiniteit op te bouwen, het mensenrecht op voedsel te realiseren, ecosystemen te beschermen en te herstellen, en de klimaatcrisis aan te pakken.

We roepen op tot de implementatie van sterke en effectieve mechanismen die gemeenschappen rechtstoegang bieden , in het geval van negatieve impact op mensenrechten of schade op vlak van milieu en samenleving veroorzaakt door POB-investeringen.

© FIAN Belgium — 2021