12 november 2020

Het is "business as usual" op de eerste samenkomst van publieke ontwikkelingsbanken

Participatie van gemeenschappen, het centraal stellen van de mensenrechten en de dekolonisatie van de ontwikkelingshulp zijn niet aan de orde

Op 12 november 2020 hebben de 450 publieke ontwikkelingsbanken hun eerste wereldtop gehouden met het oog op het aanemen van een gemeenschappelijke verklaring. Ondanks het feit dat wereldwijd honderden organisaties uit het maatschappelijk middenveld de banken hebben opgeroepen om het roer om te gooien, is deze oproep nagenoeg in de wind geslaan. FIAN Belgium en Entraide et Fraternité blijven kritisch tegenover de toenemende financialisering van de ontwikkelingssamenwerking, stellen hun praktijken aan de kaak en dringen aan op een betere regulering van ontwikkelingsbanken die de verwezenlijking van de mensenrechten moet garanderen.

Sinds 2005 is het gefinancierd kapitaal van de Europese ontwikkelingsbanken, verenigd in de overkoepelende organisatie EDFI, enorm toegenomen: van 10,9 miljard euro tot ongeveer 46 miljard euro. De directe hulp van de Europese regeringen aan de armste landen is ondertussen gestagneerd. De Belgische ngo’s bekritiseren deze groeiende invloed van de financiële wereld op het ontwikkelingsbeleid en het gebrek aan strenge mensenrechtenregels voor investeringen door ontwikkelingsbanken, waaronder BIO in België.

Projecten die worden gesteund door ontwikkelingsbanken - vooral de steun aan bedrijven met een agro-industrieel business model - leiden herhaaldelijk tot meer armoede, represailles tegen mensenrechtenactivisten en de vernietiging van de bestaansmiddelen van plattelandsgemeenschappen. Honderden gevallen zijn gedocumenteerd over de hele wereld. Ondanks de aanklacht tegen deze gevallen van mensenrechtenschendingen waarbij ontwikkelingsbanken betrokken zijn, worden deze schendingen genegeerd en wordt de stem van de mensen die bij deze projecten baat zouden moeten hebben, tot zwijgen gebracht. De mensen die rechtstreeks betrokken zijn bij deze projecten waren niet vertegenwoordigd op de wereldtop en deze kwesties zijn niet opgenomen in de slotverklaring.

Zoals elke openbare instelling die staatsfondsen beheert, is een ontwikkelingsbank verplicht de mensenrechten te respecteren en te beschermen. Verzoeken om informatie vrij te geven die het mogelijk maakt de gevolgen van de door deze banken verleende financiering voor de mensenrechten te beoordelen, worden echter systematisch geweigerd op grond van het handels- en bankgeheim. Als gevolg daarvan kunnen zelfs parlementsleden hun rol van democratische toezichthouders niet uitoefenen. Verschillende Belgische parlementsleden hebben dan ook een Europese oproep mee ondertekend die oproept tot: "meer publieke verantwoordelijkheid, een sterk ontwikkelingsmandaat, meer rechten voor de getroffen mensen en gemeenschappen en een duidelijk engagement voor milieu- en klimaatkwesties".

Deze eerder genoemde internationale trends zijn ook in België te aanschouwen. Het geval van de financiële steun van de openbare ontwikkelingsbank BIO Invest aan het palmoliebedrijf Feronia-PHC is hiervan een treurig voorbeeld. Verenigd binnen een internationale alliantie, stellen Belgische organisaties de medeplichtigheid van BIO aan de kaak aan mensenrechtenschendingen door Feronia op zijn plantages in de Democratische Republiek Congo: "Ze [de betrokken banken] hebben geen enkele actie ondernomen om de historische conflicten over bijna 100.000 hectare landconcessies of de beschuldigingen van corruptie die op het project wegen, aan te pakken. Hun plannen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) hebben vrijwel niets in de praktijk gebracht om de armoede in de gemeenschappen terug te dringen. En de betrokkenheid van de verschillende banken is er niet in geslaagd om de vele schendingen van de mensenrechten van de dorpelingen of arbeiders te verminderen. Erger nog, de banken hebben gehandeld op een manier die de inspanningen van de gemeenschappen ondermijnt om gebruik te maken van de klachtenmechanismen die de banken zelf hebben ingesteld " (zie collectieve verklaring). Vandaag heeft BIO, tegen alle verwachtingen in, ingestemd met het afzien van een deel van de schuldaflossing van Feronia-PHC. Hoe kunnen we aan de belastingbetaler uitleggen dat de Belgische staat op het punt staat om 5 tot 9 miljoen dollar weg te geven aan een controversiële landbouwmultinational in naam van de "Belgische ontwikkelingssamenwerking"?

Het is tijd om de mensenrechten boven de belangen van de multinationals te stellen en onze aanpak van ontwikkelingssamenwerking te dekoloniseren.

[Photo: Travailleurs des plantations de palmiers à huile de Feronia Inc à Lokutu, en RD Congo. L’entreprise canadienne a reçu plus de 140 millions de dollars des banques de développement. (Photo: Beeld Hollandse Hoogte / Kris Pannecoucke)]

Meer informatie:

  • Perscontact: Florence Kroff - florence[a]fian.be - +32 475 84 56 24
  • Lees de Brief gericht aan het Franse ontwikkelingsagentschap, dat de top organiseert, roepen meer dan 200 organisaties van over de hele wereld, waaronder FIAN, op om op mensenrechten gebaseerde principes en door gemeenschappen aangestuurde ontwikkeling als prioriteit te agenderen
  • Lees artikelen over de follow-up van de Feronia-PHC-zaak