Standpuntnota van FIAN België

De goedgekeurde Voedingsrichtsnoeren

Een stap voorwaarts en een gemiste kans

De Vrijwillige Richtsnoeren over Voedselsystemen en Voeding werden op 10 februari goedgekeurd  [1], waarmee een proces werd afgesloten dat in 2016 door het Comité voor Wereldvoedselzekerheid (CFS) was gestart, als onderdeel van de uitvoering van het Mondiaal Strategisch Kader (GSF) voor Voedselzekerheid en Voeding  [2]. Deze richtsnoeren zijn het resultaat van drie onderhandelingsrondes, die plaatsvonden tussen september 2020 en januari 2021.

Standpuntbepaling van FIAN België, februari 2021 - Contactpersoon:jonathan@fian.be


Een teleurstellend resultaat

Het Mechanisme voor het Maatschappelijk Middenveld (CSM) is over het geheel genomen teleurgesteld over het resultaat. Zij heeft besloten de onderhandelingen te verlaten en zich als waarnemer op te stellen, en daarmee de vele "rode lijnen" die in de op 29 januari 2021 aangenomen tekst zijn overschreden, aan de kaak te stellen  [3].

Deze richtlijnen hadden een historisch keerpunt kunnen zijn in het proces van de veralgemening van gezonde diëten op basis van duurzame voedselsystemen. Zij hadden het algemene begrip kunnen verbeteren en impliciete acties kunnen verduidelijken door de meest recente bevindingen inzake duurzaamheid en voeding te consolideren.

Helaas benadrukken zij veeleer de tegenstellingen op voedingsgebied, en bieden zij weinig perspectief ten aanzien van de dringende behoefte aan mondiale samenhang.

Terug naar het begin van de pagina

Overhaaste en onzorgvuldige onderhandelingen

Alle onderhandelingen werden gevoerd onder tijdsdruk. Oorspronkelijk zouden de richtsnoeren in oktober 2020 worden vastgelegd. De COVID-19-crisis heeft echter het tempo bepaald, waardoor de zitting is verschoven van april naar september, en van face-to-face naar op afstand, met alle complicaties van dien.

Het feit dat de VN-top over voedselsystemen nog steeds op de agenda van 2021 staat, heeft ook de kwaliteit van het participatieproces aangetast. Er werd bij veel staten op aangedrongen de onderhandelingen over de richtsnoeren zo spoedig mogelijk af te ronden, ter voorbereiding van de volgende top.

Bovendien werd sommige staten verhinderd om deel te nemen aan de parallelle sessies – onder de naam "Vrienden van het Voorzitterschap" - die door de Voorzitter in het leven waren geroepen om de besprekingen over knelpunten te bespoedigen. Ze werden echter gebrekkig vertaald, op het laatste moment georganiseerd en/of in tijdsblokken die ontoegankelijk waren voor sommige landen in Zuid-Amerika of Azië. Bij deze sessies konden dan ook niet alle meningen worden meegenomen.

Terug naar het begin van de pagina

Een dubbelzinnig document bij gebrek aan consensus

De tegengestelde standpunten over bepaalde kwesties leidden uiteindelijk tot een dubbelzinnig document, wegens een gebrek aan consensus. Alleen via de toevoeging van ingewikkelde zinswendingen of vage begrippen raakten de teksten gevalideerd. Dit is des te teleurstellender omdat de alarmbel al 17 jaar rinkelt! Sinds de publicatie van de wereldwijde WHO-strategie voor voeding in 2004.

In het algemeen is het in de richtsnoeren moeilijk om een duidelijke verantwoordingsregeling vast te stellen die snelle en passende veranderingen in de voedingspatronen mogelijk maakt. De focus voor de maatregelen die de staten moeten nemen, blijft nog steeds liggen op consumenten.

Terug naar het begin van de pagina

Voedselsystemen in het hart van voedselhulp

De verpletterende verantwoordelijkheid van de actoren in de agro-industrie wordt voortdurend geminimaliseerd en zelden expliciet en direct vernoemd. Dit is het gevolg van de wens van staten om hun marktaandelen en concurrentievermogen te behouden. Verrassend was dat sommige minder geïndustrialiseerde landen, zoals de Filippijnen, hun meest winstgevende exportsectoren, zoals kokosolie, moesten verdedigen.

In dezelfde geest lijkt het armoedeprobleem - dat al in de eerste alinea’s van de richtsnoeren wordt benadrukt – enerzijds een diepgaande invloed te hebben op de staten, terwijl tezelfdertijd de actoren die de ruggengraat van het voedselsysteem vormen, vrijgepleit worden van elke verantwoordelijkheid.

En zo wordt impliciet gesuggereerd dat het voedselsysteem niet hervormd moet worden, maar slechts verbeterd. Het heeft echter één grote tekortkoming: het staat niet ten dienste van iedereen.

Het is op zich niet nieuw dat mensen die zelf geen toegang hebben tot kwaliteitsvoedsel, het voedselsysteem juist legitimeren. Het is zelfs de kern van de aanpak van de voedselhulp in Europa: de armen moeten blij zijn, omdat zij de overblijfselen van de industriële overproductie (die hen werkloos heeft gemaakt, van hun land heeft beroofd en hun ecosystemen heeft vernietigd) tenminste nog kunnen recupereren.

Terug naar het begin van de pagina

Water en mensenrechten in de marge!

De holistische benadering van de mensenrechten vormt niet de kern van de richtsnoeren, en wordt slechts vermeld in de marge van de aangenomen tekst. Maar niemand kan ontkennen dat zij een fundamentele rol spelen in de context van de mondiale voedselzekerheid.

Dit flagrante gebrek aan articulatie verzwakt het potentiële effect van de tekst, die wordt gepresenteerd als een gedeeltelijke lijst van ad-hocaanbevelingen, en niet als een duidelijk programma voor de transformatie van voedselsystemen in de richting van meer duurzaamheid.

Zo is bijvoorbeeld het mensenrecht op water niet in de tekst opgenomen! En dit ondanks het aandringen van het Mechanisme van het Maatschappelijk Middenveld (MSC). Terwijl we weten dat het een centrale rol speelt in gezonde voeding en het wetgevend kader dat nodig is om pogingen om deze hulpbron te privatiseren, tegen te gaan!

Terug naar het begin van de pagina

Voortgezette Amerikaanse terughoudendheid

In dit verband moet gewezen worden op de hevige druk die de Verenigde Staten gedurende het hele proces hebben uitgeoefend om de effectiviteit te verzwakken van internationale en multilaterale overeenkomsten inzake voeding, de rechten van de boer en duurzame voedselsystemen, die door deze richtsnoeren versterkt hadden moeten worden.

Dit misbruik werd tijdens de onderhandelingen in de zaal aan de kaak gesteld, met name door het Mechanisme van het Maatschappelijk Middenveld, hetgeen ertoe leidde dat dit mechanisme de onderhandelingstafel verliet. Maar ook door de speciale VN-rapporteur voor het recht op voedsel, Dr. Michael Fakhri  [4].

De staten hebben uiteindelijk een formulering aangenomen die niemand tevreden heeft gesteld, en die vooral de bereidheid van de Verenigde Staten aan het licht heeft gebracht om elk document dat gericht is op een werkelijke omvorming van de voedselsystemen te dwarsbomen, zoals wij gedurende de onderhandelingen hebben kunnen vaststellen.

Terug naar het begin van de pagina

Duurzaamheid relativeren

Het begrip duurzaamheid is op grote schaal gebruikt als een containerbegrip waarvoor geen precieze en kwantificeerbare doelstellingen en indicatoren konden worden vastgesteld. Ondanks de nuance die nodig is voor de evaluatie van de tekst, die hier in detail moet worden uitgevoerd.

In de richtsnoeren wordt het verband tussen duurzame voedselsystemen en gezonde voeding opgenomen en geconsolideerd, met name in artikel 21. Dit verband is reeds bekrachtigd in andere documenten, zoals verslag nr. 14 van de HLPE (een internationale deskundigengroep die aan de CFS is verbonden) over agro-ecologische en andere innovatieve benaderingen voor duurzame landbouw en voedselsystemen die de voedselzekerheid en voeding verbeteren  [5].

In plaats van te versterken, relativeren zij echter het effect ervan. De tekst vermeldt: "Duurzame voedselsystemen hebben een essentiële rol te vervullen bij de bevordering van gezonde voeding en de verbetering van de voeding, alsook bij de verwezenlijking van andere doelstellingen van algemeen belang." Het zou heel anders zijn geweest om te schrijven: "De bevordering van gezonde voeding is gebaseerd op duurzame voedselsystemen".

Terug naar het begin van de pagina

Geen duidelijke verbintenis inzake pesticiden

Door dit gebrek aan doortastendheid zijn enkele belangrijke milieuvraagstukken onopgelost gebleven. Het was bijvoorbeeld niet mogelijk een duidelijke verbintenis te verkrijgen inzake de vermindering van pesticiden.

De "inspanningen" (art. 3.2.1 b) moeten gericht zijn op een "duurzaam en verantwoord gebruik van pesticiden".

Dergelijke taalspelletjes laten de deur open voor tegenstrijdige interpretaties van wat een duurzaam voedselsysteem is, en ondermijnen elke poging om tot een diepgaande transformatie van voedselsystemen te komen. Toch is er duidelijk behoefte aan een wereldwijde strategische aanpak van dit onderwerp.

Terug naar het begin van de pagina

Systematische devaluatie van agro-ecologie

Gedragen door landen als de Europese Unie, Zwitserland, Senegal en Mali, zijn de concepten van agro-ecologie en lokale productie het doelwit geweest van systematische aanvallen van exporterende landen als de Verenigde Staten, Argentinië, Brazilië, Australië en Rusland. Deze landen vrezen dat de ontwikkeling van lokale en duurzame productie- en distributiesystemen de mondialisering van de handel, waarvan zij profiteren, zou kunnen ondermijnen.

Bovendien zou, met name in het geval van Rusland, het idee om de voedselproductie te delegeren aan plaatselijke initiatieven, maar ook om zich te richten op kwetsbare personen, een bedreiging vormen voor de universaliteit van het overheidsbeleid inzake de controle op en de toegang tot hulpbronnen.

Deze expliciete bereidheid om agro-ecologie te devalueren, is met name zorgwekkend in de context van de onderhandelingen, in het kader van de CFS, over de Richtlijnen voor Agro-ecologie en andere duurzame innovaties  [6]], maar ook in de context van de komende VN-top over Voedselsystemen.

Tegenover het export- en agro-industriële model had agro-ecologie - integendeel - kunnen worden gewaardeerd en geconsolideerd als een vernieuwend model.

Terug naar het begin van de pagina

Gedeelde maar gedifferentieerde internationale verantwoordelijkheid

Aan het eind van de onderhandelingen kwam een ander debat aan de orde, namelijk dat over de gedeelde, maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid van staten. De ontwikkelingslanden, aangevoerd door China, streefden naar een internationale verantwoordelijkheidsregeling die de historische verantwoordelijkheid van de westerse landen in milieuaangelegenheden zou benadrukken, zoals het geval is met de klimaatverandering sinds de overeenkomst van Kyoto. De transformatie van voedselsystemen in de richting van een grotere duurzaamheid moet dus financieel en technologisch worden gesteund door de rijkere landen, ten voordele van de ontwikkelingslanden.

Het debat verliep bijzonder moeilijk omdat het klimaatvraagstuk centraal kwam te staan, terwijl veel exporterende staten er alles aan deden om de band tussen voedselsystemen en duurzaamheid te minimaliseren. De vergelijking loopt enigszins mank omdat er geen accumulatie van voeding is op dezelfde manier als er een accumulatie van CO2 is. Uit deze discussie blijkt echter wel hoezeer voeding een transversaal vraagstuk is met slecht afgebakende contouren.

Terug naar het begin van de pagina

Welk vervolg?

Nu de onderhandelingen voorbij zijn en de tekst is aangenomen, is het tijd voor de uitvoering. Het Mechanisme voor het Maatschappelijk Middenveld heeft verklaard dat de beoordeling van de tekst tijd zal vergen, aangezien deze onduidelijk is en door de actoren die het vertegenwoordigt, zorgvuldig zal moeten worden herlezen. De verwachte standpuntbepaling zal van cruciaal belang zijn.

De voedingsrichtsnoeren kunnen een hefboom zijn voor bepaalde ad hoc-thema’s. Zij onderstrepen de verbanden tussen voedselsystemen, duurzaamheid en voeding. Hoewel zij niet zo ver gaan als wij zouden wensen, is de consolidatie van deze "nexus" toch iets opmerkelijks. Door hun gebrek aan samenhang en duidelijkheid kunnen zij echter niet de routekaart worden die de staten van de wereld nodig hebben.

Economische concurrentie tussen staten blijft echter de belangrijkste hinderpaal voor de transformatie van voedselsystemen, omdat het moeilijk is milieu-, sociaal en agro-ecologisch beleid goed te keuren als dat leidt tot markt- en concurrentieverlies als gevolg van prijsstijgingen. Het is dus noodzakelijk dat allen tegelijk vooruitgaan, of helemaal niet. Dit dilemma is niet opgelost door de voedingsrichtsnoeren, ook al is er enige vooruitgang geboekt.

Contactpersoon: jonathan@fian.be

Terug naar het begin van de pagina